Vertaling en meer info volgt!

MAREMMANA Equitation (Italië)


The Maremmana is a breed of cattle herded in the maremma, a prairie region extending in western central Italy from southern Tuscany to northern Lazio, usually in the provinces of Grosseto and Viterbo respectively. It is one of the two breeds used in the preparation of the florentine steak (the other being the better known Chianina breed).
http://users.belgacom.net/paardenwereld/ras/maremmana.htm
http://www.dieren-rassen.nl/paarden/volbloed-paarden/maremmana/
http://www.equitrentino.it/index.php?micro=58&macro=4&what=detailalign&type=news&id=67

 

CAMARGUE Equitation (Frankrijk)

http://www.vodeo.tv/12-98-14-equitation-camargue.html
http://horsberceau.free.fr/equitation/camargue.htm
http://camargue-equitation.max2forum.com/
Équitation Camargue
Un article de Wikipédia, l'encyclopédie libre.
Aller à : Navigation, Rechercher
Pour les articles homonymes, voir Camargue (homonymie).
L’équitation Camargue tire son origine du travail des gardians, des cavaliers s'occupant de bovin dans la Camargue. Cette équitation se pratique sur des chevaux Camargue ou de type Camargue, avec une technique de monte et un harnachement spécifique. Les bovins de race Camargue sont assez sauvages. Les racines paysannes ont ensuite laissé place à un folklore autour du gardian, équivalent français des cow-boys américains.

L’équitation Camargue est une discipline de la Fédération française d'équitation depuis 1995, avec ses propres niveaux de Galop, championnats et épreuves.

Cette discipline équestre est enfin liée à son territoire d’origine. Elle participe aux traditions de la Camargue et possède aussi ses jeux équestres.


Compétition et épreuves [modifier]
L'équitation camargue de compétition est née de la volonté de certains éleveurs, désireux de créer un outil de promotion et de valorisation, taillé sur mesure pour le cheval camargue. En 1995, l'équitation camargue est officiellement reconnue par la Fédération française d'équitation, ce qui lui permet en 1998 d'avoir un championnat de France officiel ainsi qu'un règlement élaboré par la Commission d'Equitation Camargue de la FFE validé par la Direction et les Haras nationaux. Les compétitions d'Equitation Camargue sont réparties en huit disciplines.

Les huit épreuves sont :

Courséjado : se pratique à deux et consiste à barruler (tomber) un annouble dans un endroit bien précis.
Jeu de la liberté : est une discipline qui se pratique à deux ou trois et qui consiste à faire passer un cheval en liberté dans un maximum d'obstacles qui sont bien souvent des couloirs ou des petites slaloms.
Maniabilité (chronométré ou à points) : le cavalier enchaîne un certains nombres d'obstacles et qui permet d'évaluer l'agilité du cheval et sa rapidité à l'exercice ainsi que son sang froid.
Parcours de pays : très ressemblant au cross, le parcours de pays est constitué de petits obstacles que le gardian peut être amené à rencontrer dans la nature comme une gaze, un tronc, un fossé, ...
Reprise de travail : c'est une reprise de dressage adaptée au travail dans le bétail où on retrouve les figures nécessaires au tri comme le reculé, les demi-pirouettes ou encore les arrêts à partir du galop.
Slalom parallèle : le principe est d'être plus rapide que le cavalier qui se trouve à coté en enchaînant le plus rapidement possible un slalom côte à côte.
Tri chronométré : se pratique généralement à quatre, où le but est de sortir le plus de bêtes possible (maximum trois) dans un temps imparti.
Tri technique : se pratique également à quatre, un cavalier qui va trier la bête le plus techniquement possible et ses trois aides qui vont l'aider à garder le troupeau ou pousser la bête triée.
Ces épreuves s'échelonnent sur trois niveaux de difficultés appelés 1re, 2e et 3e séries pour les cavaliers, et il existe deux séries pour les jeunes chevaux ou chevaux en première année de compétition appelées 2e et 3e séries cheval.

Depuis 2007, certains concours d'équitation camargue sont dit open et son ouvert à d'autre équitation de travail comme la Doma Vaquera ou encore l'équitation portugaise. En fin de saison (début juillet) les cavaliers qualifiés se rencontrent lors du championnat de France qui est un combiné des trois épreuves reines de l'équitation de travail.

Depuis 1996, est organisé chaque année un championnat d'Europe et un championnat du Monde d'équitation de travail, dans lesquels plusieurs pays se rencontrent : la France, l'Espagne, le Portugal,l 'Italie, l'Angleterre et le Mexique chacun dans son équitation traditionnelle. Ces pays se disputent sur trois disciplines qui sont la reprise de travail, la maniabilité et le tri. L'équipe de France a été championne du Monde de tri en 2002 et n'a toujours pas cédé sa place en 2007.

 

Doma Vaquera (Spanje)

Het woord vaquera, is afgeleid van het Spaanse woord vaca, dat betekent koe. Doma betekent africhten ofwel trainen/dresseren. Doma vaquera staat voor een eeuwenoude traditionele rijstijl die gebruikt wordt in ‘el campo’, het plattenland van Spanje. Het wordt tot op de dag van vandaag gebruikt voor het hoeden van het rundvee door de Spaanse herders. Het houden en hoeden van vee is in Spanje en vooral in Zuid-Spanje, Andalusië, nog steeds heel belangrijk. De veehouderij is een belangrijke inkomstenbron voor menig Spaanse boer. Het vee wordt voornamelijk gefokt voor consumptiedoeleinden.
De stier heeft echter nog steeds een belangrijke status in Spanje. Dat zien we ook weer terug in het werk van de rejoneador (stierenvechter te paard) in de arena. In de arena worden overigens stieren gebruikt van een ander ras dan het gewone vee van de boeren.

In de tijd van de conquistadores namen de Spaanse strijders hun paarden mee om oorlog te voeren en land te veroveren. Tussen de 15e en de 17e eeuw werden daarom de eerste Spaanse paarden in Amerika geïntroduceerd. Zodoende dat de Amerikanen, die ook veel land en vee bezaten, de doma vaquera rijstijl overnamen. Het harnachement, de kleding, maar ook de rijstijl werden aangepast aan de doelen en gebruiken van de Amerikanen. Uiteindelijk is zo uit de doma vaquera het western rijden voortgekomen. De basisconstructie van het western zadel en het doma vaquera zadel is dan ook bijna gelijk. In het bijzonder het westernzadel uit Californië. Een van de verschillen tussen western rijden en doma vaquera is dat bij doma vaquera het vee niet in mensenhanden komt. Alles gebeurt op afstand. Daarvoor wordt een lange stok gebruikt, de zogenaamde garrocha. Terwijl bij western rijden het vee wel in de mensenhanden komt en een lasso gebruikt wordt als middel om het vee te hoeden.

Bij doma vaquera rijdt de ruiter altijd met één hand: de linker. De rechterhand blijft vrij, want die heeft de ruiter soms nodig voor andere zaken. Om bijvoorbeeld poorten te openen en sluiten, of voor de garrocha, dit is een soort van lans, gebruikt om het vee te hoeden. Daardoor stuurt men meer met de zit, het gewicht en de benen dan met de teugels.

Draf komt praktisch niet voor bij de doma vaquera. Alleen bij de jonge paarden, de iniciados, mag er gedraafd worden. De meeste oefeningen zijn in stap of galop. Het paard loopt verzameld en met korte pasjes. Deze stap wordt ook wel de paso castellano genoemd. Typerend is dat tijdens deze stap de mosquero – dit is de versiering bevestigd aan de frontriem van het hoofdstel - niet meebeweegt. Daaruit kun je opmaken dat het lichaam van het paard, en daarmee ook het hoofd, zo stil mogelijk blijft. Het paard is in een afwachtende houding en klaar om elk moment in actie te kunnen komen.

Belangrijke aspecten voor een doma vaquera paard zijn dan ook de wendbaarheid en het acceleratievermogen. Daarom is het belangrijk dat een paard zo goed mogelijk aan de hulpen staat en zacht in de mond is, dat is dan ook meteen de reden waarom een paard in opleiding in eerste instantie gereden wordt met de serreta. Deze metalen neusriem, soms bekleed met leer en soms voorzien van karteltandjes, dient als middel om het paard te leren wijken voor druk. Later, als het paard verder is in opleiding word het rijden met de serreta verminderd en wordt het bit steeds meer gebruikt als communicatiemiddel; de serreta blijft wel gehandhaafd, maar dan meer als herinnering voor het paard aan wat hij geleerd heeft.

Ook worden er tegenwoordig doma vaquera wedstrijden gehouden in Spanje. Tijdens de wedstrijden moet de ruiter een aantal verplichte oefeningen laten zien, bijvoorbeeld de kenmerkende 'arreon' en 'parada a raya'. Bij de arreon moet het paard vanuit het halthouden zo snel mogelijk aangalopperen. Bij parada a raya wordt juist het tegengestelde gevraagd: het paard moet vanuit volle snelheid tot stilstand komen. Deze oefening is anders dan de sliding stop uit het western rijden, waarbij het paard doorglijdt. De parada a raya is een volledig onbeweeglijke stop. Andere meer bekende oefeningen zijn de volledig rechte zijgangen, wendingen om de voor- en achterhand, pirouettes en galopchangementen.

Een ander onderdeel van het doma vaquera is het rijden met ‘la garrocha'. Hierbij heeft de ruiter, de garrochist, een drie meter lange houten lans met een metalen punt. Deze stok houdt de ruiter vast in de rechterhand. De garrocha wordt gebruikt om het vee te sturen en te scheiden van elkaar, maar ook voor het testen van de mate van agressie bij jonge stieren, dit vanwege de mogelijke geschiktheid voor in de arena. De punt van de garrocha wordt hierbij op de grond geplaatst en de jonge stier zal zijn aandacht daarop richten. In wedstrijdverband moet de ruiter met de garrocha ook een aantal oefeningen laten zien. Op het evenement SICAB (Salon Internacional del Caballo) is doma vaquera, naast de doma classica – klassieke dressuur -, een vast wedstrijdonderdeel.

Doma vaquera ruiters rijden niet alleen op het Spaanse volbloed raspaard, de Pura Raza Española (PRE), maar voornamelijk op relatief goedkopere paarden. De Spaanse boeren kunnen zich geen duur paard permitteren. Daarbij is gebleken dat het werk in ‘el campo’ niet altijd ongevaarlijk is; men is dus voorzichtig met het inzetten van dure paarden! Doma vaquera paarden zijn vaak kruisingsproducten, bijvoorbeeld met de PRE, de Hispano-Arabe (dit is een PRE gecombineerd met een volbloed Arabier), of het Engels volbloedpaard. De paarden zijn vaak hoogbenig, dienen snel en wendbaar te zijn, met grote moed, uithoudingsvermogen, bereidwilligheid en een koel karakter.

In doma vaquera worden vooral merries en ruinen gebruikt. Omdat de paarden onvoorwaardelijk bereidwillig moeten zijn, zijn de hormonale perikelen van hengsten niet gewenst. Maar ook omdat de boer al zijn paarden graag samen wil huisvesten, is een hengst niet geschikt. Tegenwoordig is het wel zo dat niet alleen de boeren doma vaquera rijden. Veel moderne doma vaquera ruiters beoefenen deze rijkunst hobbymatig en in wedstrijdverband, dus niet meer in het echte werk, in ‘el campo’.

Over de het algemeen kunnen we stellen dat het leven in ‘el campo’, het platteland, een hard en sober bestaan is. In sommige gevallen nogal eens een kwestie van leven of dood. Daarom moet de ruiter juist voor de volle 100% op zijn paard kunnen vertrouwen. De kleding en het harnachment moeten vooral praktisch zijn, zonder overbodige details en versieringen.

In doma vaquera vinden we twee verschillende niveau’s terug, met elk hun eigen klederdracht en optoming van het paard. Het jonge paard in opleiding, wordt een iniciado genoemd. Het gevorderde paard wordt een domado genoemd. Ondanks dat, gaan de Spanjaarden er vanuit dat de opleiding van een goed Doma Vaquera paard zijn hele leven lang duurt. Daarnaast zijn er ook nog garrochisten, deze ‘domado’ ruiters zijn al behoorlijk gevorderd en voeren de oefeningen van de doma vaquera uit met de garrocha in de rechterhand.

De kleding en het harnachement, ‘el traje tradicional` van deze twee zijn in detail verschillend.
We kunnen eigenlijk stellen dat er in de doma vaquera twee verschillende niveau`s zijn, zoals wij ook niveau`s kennen in de dressuursport. De leeftijd van het paard bepaalt echter het niveau, niet de ruiter en niet zijn kennis. De kleding van de ruiter en het harnachement van het paard zijn aangepast aan het niveau van het paard, dus aan zijn leeftijd. Ook in wedstrijdverband is de kleding en de classificatie aangepast aan het niveau (de leeftijd) van het paard en niet zoals hier in Nederland, aan het niveau van de ruiter. Het paard tot zijn 5e jaar wordt tevens potro, veulen, genoemd, en vanaf het zesde jaar caballo, paard. Vanaf die leeftijd beschouwt men het paard pas als volwassen. Tot slot kunnen we nog melden dat de Doma Vaquera kleding de originele klederdracht is van de Spanjaarden. Deze klederdracht is dus ook gewenst op allerlei evenementen zoals de premiekeuringen in Spanje.

Met dank aan: de Vereniging van vrienden van het Andalusische paard in Nederland
www.andalusier-vereniging.nl


Doma Vaquera : De oorsprong

 
Doma Vaquera in de ring

 

PORTUGUESE Equitation (Portugal)

Kan iemand ons helpen aan info hierover??

 

 

WESTERN Equitation (USA)

Over de Western Equitation hoeven we eigenlijk niks meer uit te leggen. Deze meest bekende vorm van Working Equitation is zo alom ingeburgerd... Het westernrijden kent veel verschillende onderdelen, waarvoor zelfs specifieke paarden worden gefokt (pleasurepaarden, reiningpaarden en cuttingpaarden). Het westernrijden kenmerkt zich door een specifiek zadel, hoofdstel, eenhandig en met stang rijden (net als de originele WE dus). Kleding is oud Amerikaans: Denim broek, bloes, laarzen en sporen met wieltjes.


Western Riding


Reining  


Working Cowhorse  




Foto Erwin de Wolff