WORKING EQUITATION REGELS:

-> de Nederlandse WE spelregels

 

Internationaal is men het nog niet zo eens, wat verwarrend is. Op de WAWE wedstrijden gelden de WAWE regels, op de FITE wedstrijden tellen de FITE regels. Deze zijn in grote lijnen hetzelfde, maar wijken toch hier en daar wat af. In Nederland gebruiken we wat algemeen geldende regels. Ga je internationaal rijden, vraag dan eerst onder welke vlag de wedstrijd gereden wordt. En er zullen vast nóg andere regels zijn als deze! Lastig, ach ja....

 

Momenteel wordt er gewerkt aan de vertaling van de nieuwste WAWE reglementen. Deze zijn wel al engelstalig beschikbaar. Originele Engelstalige versie in word

INTERNATIONAAL FITE REGLEMENT:
Let op, anders dus als de WAWE regels!

Inleiding :
Dit reglement is van kracht op wereldniveau. (*Aanpassingen nationaal tussen haakjes)
Dit reglement kan herzien en aangepast worden na het seizoen 2005. Ingeval van onvoorziene of uitzonderlijke omstandigheden, niet behandeld door het F.I.T.E. Reglement, zullen deze worden onderworpen aan het Organisatiecomité, dat kan bijgewoond worden door de vertegenwoordigde juryleden.
Alle gevallen niet vertegenwoordigd in dit reglement kunnen worden geraadpleegd in het reglement van de F.I.T.E.

De proef Working Equitation werd tot stand gebracht om de verschillende aspecten van het werk op het veld uit te doen komen. Ten gevolge van een grote concentratie van verschillende organiserende landen, werd een evenwichtig reglement opgesteld voor allen en in harmonie met een specifiek karakter voor ieder.

Eén van de specifieke karakters is dat het paard wordt bereden met een stang en enkel met 1 hand . In het begin zal het rijden met 2 handen toegelaten worden, evenals de officiële mondstukken van het F.E.I. Dressuurreglement

De proef Working Equitation bestaat uit vier (*of drie) verschillende onderdelen. Het eindresultaat wordt berekend door de verschillende resultaten op te tellen.

De proeven zijn de volgenden:
A ) Dressuurproef
B ) Behendigheidsproef
C ) Snelheidsproef
D ) Proef begeleiding van een koe ( optie ) - enkel in geval van klassement per team (*in Nederland ook als solo onderdeel)

ALGEMENE VOORSCHRIFTEN

1) Diergeneeskundig onderzoek
Een diergeneeskundig onderzoek kan worden uitgevoerd vóór (of tussen) de proeven om de algemene gezondheidsstaat van het dier te onderzoeken evenals de controle van zijn papieren en het in orde zijn van de inentingen na te kijken . Eveneens wordt nagekeken of de beschrijving van het paard overeenstemt met deze van zijn documenten.
De dierenarts deelt de resultaten van dit onderzoek mede aan de President van de jury en een negatief oordeel kan leiden tot uitsluiting.

2) Wijzigingen op het Juryblad

Indien een fout of een wijziging op het juryblad wordt aangebracht, moet het officiële jurylid deze paraferen.
Betreft een niet toegewezen punt, zal een gemiddelde van de andere juryleden genomen worden, afgerond op de eenheid.

3) Ringstewart
De aanwezigheid van een ringstewarts is vereist, om de optoming te controleren, om te superviseren betreffende het binnenkomen in de piste en om de gebeurtenissen op het voorterrein te coördineren, evenals het melden van alle onregelmatigheden zoals brutaliteit tegenover het paard, bloedsporen, recente kwetsuren of het gebruik van dwangmiddelen, vatbaar, volgens de ernst, die kunnen leiden tot uitsluiting van de deelnemer.

4) Starts
Elke deelnemer mag maximum met 2 paarden deelnemen in dezelfde categorie.

5) Teugels
In de proef ' SENIOR' mag de rechterhand enkel gebruikt worden om het verkorten en het langer maken van de teugels, zonder dat deze enige hulp toebrengt aan het paard. Het regelen van de teugels met de rechterhand moet kort zijn, en deze moet daarna meteen de teugels loslaten. Het te lang in de hand houden van de teugels met de rechterhand kan beschouwd worden door de jury als een directe hulp en kan tot uitsluiting leiden. De rechterhand mag niet de linkerhand noch te schoft raken.
Het is toegelaten om het paard te belonen (te strelen) enkel ná het verlaten van de piste.
(* Voor beginners zal er geen rekening gehouden worden met deze paragraaf)

6) Uitsluiting
In elke proef mag de uitgesloten deelnemer zijn proef beëindigen mits toelating van de Jury.

A) DRESSUURPROEF

1 - Piste
De piste van de proef moet een regelmatig terrein zijn, zonder stenen en zonder vreemde voorwerpen. De afmetingen van de piste moeten 20m x 40m zijn. De afsluiting van de piste bestaat uit een laag hek van 30 tot 50 cm hoogte, geplaatst op minimaal 2m van de afbakening van de piste.
Voor een binnenpiste mogen de boorden (muren) de afsluiting vervangen.
De ingang van de piste moet ongeveer 2m breed zijn en moet zich bevinden op één van de twee korte zijden tegenover de plaats van de Jury.
De piste moet beschikken over een muziekinstallatie, de President van de jury moet beschikken over een bel waarmee hij het begin van de proef aangeeft.
Het losrijterrein moet, indien mogelijk, van eenzelfde bodemsamenstelling zijn als het wedstrijdterrein en moet eveneens voorzien zijn van een geluidsinstallatie.

2 -Startvolgorde

De startvolgorde wordt bepaald door de organisatie, of indien gewenst door het lot bepaald door het trekken van lotjes. Dit wordt gedaan in het bijzijn van de Jury of van zijn verantwoordelijke.
Indien een deelnemer beschikt over meer dan 1 paard zal de startvolgorde, in de mate van het mogelijke, zodanig opgesteld worden dat er een interval van minimum 5 deelnemers gelaten wordt.
De startvolgorde moet worden uitgehangen.
De deelnemers beschikken over 1 minuut na de oproep om aanwezig te zijn op het wedstrijdterrein, anders volgt de uitsluiting. Diezelfde regel geldt na de beltoon om binnen te komen in de piste.

3 - Jury en hun positie
Alle proeven moeten, door een terreinjury bestaande uit minstens 2 juryleden en maximum 5, beoordeeld worden. In dit laatste geval laat men de hoogste en de laagste nota wegvallen en behoudt men het gemiddelde van de 3 andere jury's voor het eindresultaat.
De Jury wordt geplaatst op 10m van het publiek en 5m van de piste, de President van de jury wordt geplaatst tegenover de ingang van de ruiters. (*Beginners enkel 1 jury ).
De deelnemers worden opgeroepen volgens de vooraf bepaalde startvolgorde.

4 - Oefeningen
De dressuurproef bestaat uit 2 (*4) niveaus :
1) Eerder ingewikkeld – voor de categorie senior
2) Eerder gemakkelijk – voor de categorie junior
(*3 en 4) Nog makkelijker - voor de categorie Beginners en Recreanten)
Het weglaten of vergeten van een oefening geeft als resultaat 0 punten maar geeft geen uitsluiting tot gevolg.
In dezelfde gang, is de volgorde van de oefeningen vrij, maar de volgorde van de gangen moet gerespecteerd worden en is verplicht.
De coëfficiënt van de oefening is bepaald op het juryblad.
De toelating om binnen te komen in de piste wordt aangegeven door een beltoon.
De duur van de proef vangt aan bij het binnenkomen van de piste.
Het paard moet perfect onbeweeglijk stilstaan bij het groeten van de Jury. De ruiters ontdoen zich van hun hoofddeksel met de rechterhand. De amazones knikken licht met het hoofd terwijl ze de rechte arm zijdelings verwijderen.

De proef Senior heeft een maximum duur van 7 minuten en die van de Junior (*en Beginners) 6 minuten. Een eerste beltoon geeft aan dat er nog 30sec overblijven tot het einde van de proef. Een tweede beltoon geeft aan dat de proef afgelopen is. Vanaf dit moment wordt er geen rekening meer gehouden met de oefeningen die nog worden uitgevoerd.
Het is aangeraden om de proef uit te oefenen op muziek, passend bij de oefeningen. De muziek, op CD, die moet beginnen bij het binnenkomen van de piste, moet bijtijds op het secretariaat worden afgeleverd door de ruiter.
De deelnemers en de jury mogen niet vergeten dat de pas proef eindigt na het verlaten van de piste en niet na het groeten.
Na elke proef en wanneer de jury de algemene nota's heeft gegeven, moet elk juryblad aan het Wedstrijdsecretariaat gegeven worden zodat de som van de behaalde resultaten kan gemaakt worden.
Het behaalde resultaat moet uitgehangen worden voor het publiek en moet worden aangekondigd via luidsprekers. Het juryblad is beschikbaar 2 uur na het beëindigen van de proef.

5 - Beoordelingen
Alle bewegingen die de Jury moet beoordelen zijn genummerd en bepaald op het juryblad.
De oefeningen zijn beoordeeld van 0 tot 10, volgens de volgende criteria:
10 - Uitstekend
9 - Heel goed
8 - Goed
7 - Eerder goed
6 - Middelmatig
5 - Doorlatend
4 - Onvoldoende
3 - Eerder slecht
2 - Slecht
1 - Heel slecht
0 - Niet uitgevoerd
De algemene nota's worden gegeven na het uitoefenen van de proef en variëren eveneens van 0 tot 10. Het klassement van de proef wordt bepaald door het totaal van de behaalde punten.

6 - Uitsluiting
De deelnemer worden uitgesloten in de volgende condities :
a) binnenkomen in de piste ná 1 minuut na de oproep;
b) binnenkomen in de piste vóór de beltoon;
c) binnenkomen in de piste ná 1 minuut na de beltoon;
d) het niet groeten van de Jury's;
e) een paard dat tijdens de proef de piste volledig verlaat (met de 4 benen);
f) een paard dat gekwetst is door bloeding aan de neus of aan de flanken of een paard dat kreupelheid vertoont;
g) de ruiter die het paard mishandelt;
h) verzet dat het vervolg van de proef voor langer dan 20 sec verhindert;
i) rechterhand op de teugels voor de linkerhand (Senior) of de rechterhand langer op de teugels dan strikt noodzakelijk om dezen te regelen ; (*Niet van toepassing voor Beginners)
j) het dragen van beenbeschermers, hoefbeschermers of bandages;
k) gebruik van niet toegestane uitrusting;
7 - Paarden
Hengsten of merries van 4 jaar of ouder zijn toegelaten.
De dieren moeten in het bezit zijn van hun Identificatiebewijs ( Paspoort voldoen aan de Europese normen of gelijkaardig).

8 - Deelnemers
Er zijn internationaal 2 (*Nationaal 4) verschillende categorieën van deelnemers :
SENIORS : ruiters met de leeftijd van 16 jaar of ouder, rijdend op een paard dat voldoet aan de normen beschreven in rubriek nr. 7.
JUNIORS : ruiters jonger dan 16 jaar, rijdend op een paard dat voldoet aan de normen beschreven in rubriek nr. 7.

(*BEGINNERS : Alle ruiters die nog niet het niveau van Senior/Junior kunnen rijden. Voor hen is er een aangepaste dressuurproef. Beginners worden minder streng beoordeeld wat betreft eenhandig rijden en het maken van galopwissels.
RECREANTEN : Alle ruiters die niet specifiek dressuur rijden. Voor hen is er een speciale gehoorzaamheidsproef. Waar de term Beginners wordt gebruikt, telt dat ook voor Recreanten.)
9 - Kledij en optoming
De deelnemers mogen een aan hun land aangepaste klederdracht dragen en de bijhorende uitrusting van het paard. (*Beginners : geen type kledij opgelegd maar moet echter correct zijn)
In het begin en op het einde van de proef zal het geheel worden gekeurd door de ringstewart. De juryleden zijn toegelaten om een nieuw onderzoek te eisen in geval van twijfel.
In de categorie Senior moet de rijzweep (facultatief) verplicht worden gedragen naar boven toe en mag niet gebruikt worden als hulp voor het geleiden van het paard, anders kan uitsluiting tot gevolg hebben.

B - BEHENDIGHEIDSPROEF op STIJL

Deze proef is bestemd om de bekwaamheid van de ruiter en van het paard aan te tonen. Het overwinnen met kalmte en nauwkeurigheid, stijl en regelmatigheid van bepaalde hindernissen die zich op natuurlijke wijze kunnen voordoen op het platteland of die de concentratie van het geheel doen uitkomen.
De gangen die worden gebruikt tijdens het werk op het veld zijn de stap en de galop. De draf is dus niet toegelaten tijdens de proef. (Bij beginners zal de draf toegelaten worden bij bepaalde inspanningen maar zal worden bestraft)
De criteria van de puntenindeling zijn dezelfde als in de dressuurproef:
10 - Uitstekend
9 - Heel goed
8 - Goed
7 - Eerder goed
6 - Middelmatig
5 - Doorlatend
4 - Onvoldoende
3 - Eerder slecht
2 - Slecht
1 - Heel slecht
0 - Niet uitgevoerd
De proef duurt maximum 4 tot 6 minuten, volgens de afgelegde afstand van de omloop die wordt bepaald in de startorde. De oefeningen uitgeoefend ná de toegestane tijd worden niet meegerekend.
Een eerste beltoon geeft aan dat er nog 30 sec. te gaan zijn en een tweede beltoon geeft het einde van de proef aan.
In het geval van het gebruik van een stok (garrocha), moet deze geleverd worden door het verantwoordelijke organisme. De deelnemers van minder dan 16 jaar mogen een lichtere stok (garrocha) gebruiken.
Het wedstrijdterrein omvat minstens 11 hindernissen of moeilijkheden, zie hier de meest voorkomende:
1. Een acht tussen vaten
2. Brug in hout
3. Slalom tussen parallelle paaltjes
4. Het springen van strobalen
5. Omheinde ruimte
6. Slalom tussen paaltjes op een rij
7. Vaten
8. Poortje
9. Belletje op het einde van een gang
10. Kruik
11. "L" of acht tussen paaltjes in achterwaartse stap
12. Zijwaarts stappen over een boomstam (balk) in de lengte of in « L » vorm
13. Wegnemen van een stok (garrocha) uit een vat
14. Terugplaatsen van een stok (garrocha) in een vat
15. Met behulp van een stok (garrocha) een bal laten vallen of een ring over de stok ( garrocha ) schuiven die zich op een zekere hoogte bevindt
16. Af- en opstijgen van het paard zonder hulp van derden
17. Een beek oversteken
18. Afsprongetje
19. Een bekertje verplaatsen van het ene paaltje naar het andere paaltje
Er zal worden gekozen tussen deze hindernissen om een proef samen te stellen. De volgorde van de samenstelling van de omloop wordt beslist door de parcoursbouwer. De deelnemer komt binnen in galop (Voor beginners zal een andere gang toegelaten worden), begeeft zich naar de Jury en groet hem. De ruiter ontdoet zich van zijn hoofddeksel en laat deze naar beneden zakken met de rechterhand. De amazones knikken licht met het hoofd en verwijderen zijdelings de rechterarm. Na het verkregen antwoord van de Jury, zetten de ruiters het hoofddeksel terug op en beginnen de proef.
In deze proef heeft de ringstewart dezelfde rol als in de dressuurproef, namelijk het controleren van de toegestane kledij en optoming.
(In de eerste instantie kan de Jury bijgewoond worden door een secretaris en door een technische raadgever aangeduid door de organisator)

De Jury neemt de volgende aspecten van het paard in acht :
– Regelmatigheid van de gangen, gemakkelijkheid van de overgangen en het uitoefenen van de galopwissels (het van hand veranderen)
– Gehoorzaamheid aan de hulpen
– De natuurlijke wijze van het benaderen van de hindernissen of de moeilijkheden

De jury neemt de volgende aspecten van de ruiter in acht :
– Houding en zit in het zadel
– Nauwkeurigheid van het uitoefenen van een oefening
– Nauwkeurigheid en effect van het gebruik van de hulpen
– Het gebruik van 1 enkel hand (*facultatief voor beginners)
De toegelaten gang tussen de verschillende hindernissen is enkel de galop (*Bij beginners zal de draf toegelaten worden )
Uitsluitingsmotieven:
– Het weigeren om binnen te komen in de piste ná meer dan 1 minuut na de beltoon
– Het binnenkomen vóór de beltoon
– Het weigeren om de proef aan te vangen ná meer dan 1 minuut na de beltoon
– Foute omloop zonder verbetering
– Drie weigeringen voor dezelfde hindernis (*niet van toepassing bij beginners)
– Val van de ruiter
– Het niet groeten van de Jury
– Hindernis niet uitgevoerd (*Bij beginners niet van toepassing, beoordeling wordt 0)
– Bloedsporen zichtbaar op het paard
– Het weigeren van het paard om zich naar voren te begeven na meer dan 15 sec.
– De rechterhand op de teugels (proef Senior) evenals de rechterhand vóór of achter de linkerhand langer dan nodig om de teugels te regelen (* facultatief voor beginners)
– Dezelfde motieven voor de kledij, optoming en mondstukken als in de dressuurproef
– De hals aanraken voor de teugels (Senior) (* facultatief voor beginners)
De deelnemers hebben de mogelijkheid om het parcours te voet te herkennen, vóór het begin van de proef en dit gedurende de voorbehouden toegestane tijd wanneer de «piste open» is. De periode dat de «piste open» is, moet op de startvolgorde worden aangeduid.
De deelnemers moeten de piste verlaten na sluiting. De herkenning van de piste moet gebeuren in de wedstrijdkleding.
Bepaalde hindernissen moeten worden begrensd door 2 punten met behulp van een rood vlaggetje aan de rechter zijde en met een wit vlaggetje aan de linker zijde.
De hindernissen dienen genummerd zijn.

De startvolgorde van de behendigheidsproef wordt bepaald door de omgekeerde volgorde van de rangschikking van de dressuurproef, uitzondering van een deelnemer die meer dan 1 paard berijdt in de proef. In dit geval zal het Secretariaat van de proef de volgorde wijzigen zodat de 2 proeven van deze ruiter een interval hebben van minstens 4 deelnemers.
De drie opeenvolgende deelnemers na de ruiter aanwezig in de piste, moeten zich steeds klaar houden om hun proef uit te oefenen.


De obstakelproef op stijl moet gezien worden als een dressuurproef met hindernissen. De hele proef moet een een regelmatig tempo gereden worden, op de juiste gevraagde lijnen, het paard buigt zich correct op die lijnen. De juiste galop is belangrijk en daar waar van hand veranderd wordt, dient een wissel gereden te worden.
Voor elke aarzeling, weigering of poging tot uitbreken worden standaard 3 punten afgetrokken. Verder worden punten afgetrokken voor te lang over de hindernis doen (bv door seconden af te tellen) De punten worden per hindernis gegeven tussen de 10 (perfect) en de 0 (niet uitgevoerd) punten. Bij een hoger niveau mag meer perfectie verlangd worden.

De obstakelproef op tijd wordt niet beoordeeld, sommige fouten worden omgezet in strafseconden, andere fouten straffen zichzelf in de tijd. Zie hindernissen.
Voor het niet nemen van een hindernis wordt bij beginners 30 seconden afgetrokken, bij gevorderden volgt "No Time", oftewel uitsluiting.

De proeven dienen éénhandig gereden te worden en in galop (of stap waar nodig). Voor beginners mag hiervoor een uitzondering gemaakt worden. Draf is dan toegestaan maar met een lichte puntenaftrek hiervoor.

Voor beginners worden geen punten afgetrokken bij tweehandig en/of in draf rijden. Een eenvoudige wissel, mits correct uitgevoerd, verdiend net zoveel punten als de wissel.

De Jury neemt de volgende aspecten van het paard in acht :
– Regelmatigheid van de gangen, gemakkelijkheid van de overgangen en het uitoefenen van de galopwissels (het van hand veranderen)
– Gehoorzaamheid aan de hulpen
– De natuurlijke wijze van het benaderen van de hindernissen of de moeilijkheden

De jury neemt de volgende aspecten van de ruiter in acht :
– Houding en zit in het zadel
– Nauwkeurigheid van het uitoefenen van een oefening
– Nauwkeurigheid en effect van het gebruik van de hulpen
– Het gebruik op een hand (*facultatief voor beginners)

De toegelaten gang tussen de verschillende hindernissen is enkel de galop (*Bij beginners zal de draf toegelaten worden )

Uitsluitingsmotieven:
– Het weigeren om binnen te komen in de piste ná meer dan 1 minuut na de beltoon
– Het binnenkomen vóór de beltoon
– Het weigeren om de proef aan te vangen ná meer dan 1 minuut na de beltoon
– Foute omloop zonder verbetering
– Drie weigeringen voor dezelfde hindernis (*Bij beginners niet van toepassing)
– Val van de ruiter
– Het niet groeten van de Jury
– Hindernis niet uitgevoerd (*Bij beginners niet van toepassing)
– Bloedsporen zichtbaar op het paard
– Het weigeren van het paard om zich naar voren te begeven na meer dan 15 sec.
– De rechterhand op de teugels (proef Senior) evenals de rechterhand vóór of achter de linkerhand langer dan nodig om de teugels te regelen (* facultatief voor beginners)
– De hals aanraken voor de teugels (Senior) (* facultatief voor beginners)

De deelnemers hebben de mogelijkheid om van tevoren het parcours te voet te herkennen.
Bepaalde hindernissen moeten worden begrensd door 2 punten met behulp van een rood vlaggetje aan de rechter zijde en met een wit vlaggetje aan de linker zijde.
De hindernissen moeten genummerd zijn.

De startorde van de behendigheidsproef wordt bepaald door de omgekeerde volgorde van de rangschikking van de dressuurproef, uitzondering van een deelnemer die meer dan 1 paard berijdt in de proef. In dit geval zal het secretariaat de volgorde wijzigen zodat de 2 proeven van deze ruiter een interval hebben van minstens 4 deelnemers.


Type hindernissen, beoordeling en Straftijd in seconden:

1 - Acht tussen vaten/ 2 barrels
De hindernis bestaat uit 2 vaten die zich bevinden op een afstand van 2 meter (3 meter ten opzichte van het middelpunt van beide vaten).
Het paard galoppeert tussen de 2 vaten en maakt daarna een cirkel van ongeveer 3 meter rond het rechter vat. Op het einde van deze cirkel, wanneer het paard op het tussenliggend punt van de 2 vaten komt, moet deze van hand veranderen (galopwissel) en draait het paard rond het linker vat. Op het einde van deze cirkel galoppeert het paard opnieuw tussen de 2 vaten.

Jurering:
-Nauwkeurigheid van de galopwissel (*facultatief bij beginners), de doorgang tussen de 2 vaten, de omtrek en de symmetrie van de cirkels, de actie en reactie van het paard.
-
Wanneer de plaats van de galopwissel niet overeenstemt met het middelpunt tussen de 2 vaten en wanneer deze wordt uitgevoerd met een lichte vertraging, zal de jury voor deze fout een «onvoldoende» moeten toekennen.".
-
Wanneer de ruiter de galopwissel niet uitoefent, zal de jury voor deze fout een «heel slecht» moeten toekennen".
-Voor de beginners mag de wissel uitgevoerd worden door enkele passen draf of stap

Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten of omverwerpen van de tonnen
30 voor het overslaan van de hindernis


2 - Houten brug/ Wooden bridge
Deze hindernis bestaat uit een brug in houten planken die moet worden overgestoken in stap.
Twee overgangen kunnen eventueel gevraagd worden ( één in elke richting ).

Jurering:
Regelmatigheid van de stap, de overgangen van het paard en het vertrouwen dat het paard heeft in de hindernis. Kalmte in de gang.

Tijdstrafpunten:
30 voor het overslaan van de hindernis


3 - Slalom tussen parallelle paaltjes/ Double slalom
Enkele of dubbele slalom met wissels of overgangen precies tussen paaltjes.

Jurering:
Regelmatigheid, harmonie, nauwkeurigheid van de bewegingen van het paard, de hulpen van de ruiter, de nauwkeurigheid, de manier waarop de galopwissels worden uitgevoerd en het eventueel omvervallen van één of meerdere paaltjes.
(Bij beginners zal de draf worden toegelaten maar niet de stap )

Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten van de paaltjes
30 voor het overslaan van de hindernis


4 - Het springen van strobalen/The jump
De hindernis bestaat uit 4 strobalen waarop een balk wordt gelegd. Op de uiteinden kunnen 2 tennisballen gehecht worden.
Het paard moet de hindernis benaderen en erover springen op een natuurlijke manier en zonder aarzelen.

Jurering:
Actie van het paard, houding en zit van de ruiter, de hulpen om over de hindernis te springen
Het vallen van een element dat deel uit maakt van deze hindernis wordt bestraft.

Tijdstrafpunten:
10 voor het omgooien van een sprongelement
30 voor het overslaan van de hindernis


5 - Omheinde ruimte/ Livestock pen
Deze inspanning is samengesteld door een omheinde ruimte, met een ingang, waar binnenin een andere omheinde ruimte (een hok) bevindt met dieren ( kippen, ganzen, eenden, biggetjes,....) in.
Het paard moet binnenkomen in deze eerste ruimte en een volledige ronde maken in een bepaalde zin rond het hok met de dieren.
Wanneer deze inspanning wordt uitgeoefend in draf noteert de Jury strafpunten.

Jurering:
Vertrouwen van het paard, houding en zit van de ruiter en de gebruikte hulpen voor het benaderen van deze oefening.

Tijdstrafpunten:
10 voor het aanraken van een onderdeel van de livestockpen
30 voor het overslaan van de hindernis

 

6 - Slalom tussen paaltjes op één rij/ Single slalom
De inspanning bestaat uit minstens 4 paaltjes van 2 meter hoog, rechtgehouden door een externe basis, niet bevestigd in de grond, geplaatst op 6 meter afstand van elkaar en op een rechte lijn.
De richting van de omloop is bepaald op het omloopplan.
De hindernis moet genaderd worden in galop. Bij elke verandering van richting, wordt een galopwissel gevraagd. De galop ( linker of rechter ) moet overeenstemmen met de richting van de boog uitgeoefend door de ruiter. (In het begin zal de draf worden toegelaten maar niet de stap ). De eenvoudige galopwissel wordt niet bestraft.
De galopwissel moet uitgeoefend worden op het middelpunt tussen de paaltjes

Jurering:
Regelmatigheid, harmonie, nauwkeurigheid van de bewegingen van het paard, de hulpen van de ruiter, de nauwkeurigheid, de manier waarop de galopwissels worden uitgevoerd en het eventueel omvervallen van één of meerdere paaltjes.
(Bij beginners zal de draf worden toegelaten maar niet de stap )

Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten van de paaltjes
30 voor het overslaan van de hindernis


7 - Vaten/3 barrels
De hindernis moet op de volgende wijze worden genomen :
Het paard komt binnen in galop, tussen de vaten langs de zijde aangeduid op het omloopplan. Hij draait rond het rechtervat ( of het linker, volgens het omloopplan ) en verplaatst zich in de richting van het volgende vat en oefent een galopwissel uit op de denkbeeldige lijn die de 2 vaten verbindt, hij maakt een volledige cirkel rond het tweede vat. Daarna verplaatst hij zich naar het laatste vat en oefent weer een galopwissel uit op de denkbeeldige lijn tussen het tweede en het derde vat en maakt opnieuw een volledige cirkel rond het laatste vat. Hij verlaat de hindernis langs dezelfde weg als bij het binnenkomen.


Alle voltes moeten volledig zijn, op de rechter- of de linkerhand, volgens het omloopplan en volgens de uitleg verstrekt tijdens de verkenning van de piste.

De inspanning streeft naar het naar voren brengen van de behendigheid en de bekwaamheid om zich te bewegen in nauwe plaatsen, evenals het behouden van het impuls en het ritme van de galop.
(Bij beginners zal de draf worden toegelaten maar niet de stap. De eenvoudige galopwissel wordt niet beboet.)

Jurering:
Houding van het paard, de hulpen toegebracht door de ruiter, het ritme, de doorlopendheid van de actie, de soepelheid en de nauwkeurigheid van de galopwissels.

Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten of omverwerpen van de tonnen
30 voor het overslaan van de hindernis


8 - Poortje/ The gate
Het poortje moet uit hout of uit hekwerk bestaan en moet sluiten. Er moet een natuurlijke omheining aan de beide kanten van het poortje gemaakt worden van minimum 2 meter breed en 1,30 meter hoog.
Volgens het plan van de omloop moet het poortje links of rechts openen.
De hindernis moet op de volgende manier genomen worden :
Het paard galoppeert naar de hindernis en nadert deze in stap. Het paard plaatst zich aan de zijkant van het poortje ( links of rechts volgens de opening van het poortje ) Met de rechterhand opent de ruiter het poortje. Zonder het poortje los te laten, begeeft hij zich naar de andere kant van het poortje.
Wanneer het paard zich volledig aan de andere kant bevindt, mag het paard achterwaarts stappen om het poortje te sluiten.

Tijdens het uitvoeren van deze oefening mag de rechterhand het poortje niet loslaten.

Er kan een variant gebruikt worden: Het touw of The rope, waarbij vooral bij de speed trail het veiligheidsaspect groter is.

Jurering:
Soepel en vastbesloten actie van het paard. Het paard moet aandachtig zijn en moet deelnemen aan het openen en sluiten van het poortje, zonder ongehoorzaamheid of onveiligheid. De jury noteert eveneens de actie van de ruiter die nauwkeurig en vastbesloten moet zijn. Bodycontrol.

Op geen enkel ogenblik mag de ruiter het poortje loslaten tijdens het openen of het sluiten. Voor deze fout moet de jury een negatieve nota toekennen.
De jury zal eveneens een negatieve nota toekennen bij het aarzelen van het paard of de ruiter en bij gebrek aan doorlopendheid van de actie.

Tijdstrafpunten:
10 voor loslaten en/of het niet sluiten van de poort
30 voor het omgooien van de poort of delen ervan
30 voor het overslaan van de hindernis

 

9 - Belletje op het einde van een rechte gang/ Bell at the end of the corridor
De hindernis bestaat uit :
a) - 2 balken van ongeveer 4m lang, rustend op 2 steunen van ongeveer 60cm hoogte en vastgehecht in de grond, op een onderlinge afstand van 1,20m zodat er een gang wordt gevormd.
b) - een belletje geplaatst op het einde van de gang op een hoogte van ongeveer 2m.
Deze hindernis moet op de volgende wijze worden genomen :
Het paard benadert de hindernis in stap, hij stapt de gang in tot op het einde. De ruiter laat het belletje rinkelen. Het paard verlaat de gang achterwaarts totdat de voorbenen uit de gang zijn

Jurering:
Houding en het recht stappen van het paard, de hulpen van de ruiter, de snelheid, de soepelheid, de doorlopendheid. Negatieve beoordeling als er balken aangestoten of omvergeworpen worden.

Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten of omverwerpen van de balken (per balk)
20 voor het geheel uit de gang komen
20 voor het niet laten rinkelen van de bel
30 voor het overslaan van de hindernis


10 - Kruik/ The jug
Deze hindernis bestaat uit een tafel van ongeveer 1m hoog met een vierkant blad van 1,5m waarop een kruik met water wordt geplaatst.
De hindernis wordt op de volgende manier genomen :
De ruiter moet de tafel benaderen, de kruik nemen en drinken of de kruik boven het hoofd tillen en daarna de kruik terug op de tafel zetten.
De kruik mag worden vervangen door een fles vol met water of met zand.

Jurering:
De manier waarop het paard de tafel benadert en halthoudt naast de tafel zonder verzet of angst en in vertrouwen met de hulpen van de ruiter. De kruik moet met gestrekte arm in de lucht gebracht worden en recht op de tafel teruggezet worden. Het paard mag de tafel niet raken anders wordt dit beboet.

Tijdstrafpunten:
10 voor het niet hoog genoeg optillen
10 voor het niet recht neerzetten van de kruik
30 voor het omver gooien van de tafel
30 voor het overslaan van de hindernis


11 - Achterwaarts in « L » of rondom verschillende paaltjes of hindernissen/ The "L" Rein back or rein back around several posts
Deze hindernis kan zich voordoen op 2 manieren:
a) Een gang in « L »vorm met 2 segmenten van 4 m elk op een breedte van 1,5m. De laterale afbakening van deze hindernis wordt verzekerd door een omheining identiek aan de afsluiting van de dressuurpiste, met tennisballen op de uiteinden.
Het paard komt binnen in de gang in stap of galop en, op het einde van de gang, rinkelt de ruiter de bel. Hij verlaat de gang achterwaarts en beschrijft de « L »vorm en volgt hetzelfde traject.
Een variant kan zich voordoen op het einde van de gang : wanneer de ruiter binnenkomt in de gang in « L » vorm, kan er op het einde van de gang, aan de rechterzijde, een paaltje staan van ongeveer 1,60m hoog met een glas erop. De ruiter neemt het glas en verlaat de gang in « L »vorm achterwaarts zoals hierboven beschreven. Bij het buitenkomen van de gang bevindt er zich een ander paaltje eveneens aan de rechterzijde en plaats hierop het glas.

b) - Meerdere paaltjes op een minimum afstand van 2,5m. Het paard moet achterwaarts tussen de paaltjes slalommen.

Jurering:
Houding en het recht stappen van het paard, de hulpen van de ruiter, de snelheid, de soepelheid, de doorlopendheid. Negatieve beoordeling als er balken aangestoten of omvergeworpen worden.

Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten of omverwerpen van de balken (per balk)
20 voor het geheel uit de gang komen
20 voor het niet laten rinkelen van de bel
30 voor het overslaan van de hindernis

 

12 - Zijwaarts stappen over een boomstam/ Side pass along a pole
Deze hindernis bestaat uit een boomstam (of balk) van 4m geplaatst op 5cm van de grond.
Het paard nadert de hindernis (langs de linker- of de rechterkant volgens het omloopplan) en plaatst zich loodrecht ten opzichte van de boomstam. Daarna beweegt het paard zich zijdelings, de boomstam tussen de voor- en de achterbenen latend.
De boomstam mag niet geraakt worden.
Kan ook uitgeoefend worden met 3 balken van 2,5m geplaatst in een « L » of « Z »vorm.

Jurering:
Het correct zijwaarts gaan van het paard, op hulpen van de ruiter. Evenveel ruimte tussen voorbenen en stam, stam en achterbenen. De rust en regelmaat waarmee de hindernis genomen wordt. De boomstam/balk mag niet worden aangeraakt. Hiervoor stijlpunten aftrek.

Tijdstrafpunten:
10 voor elke aanraking van de boomstam/balk
30 voor het overslaan van de hindernis

 

13 - Wegnemen van een stok uit een vat/ Removing a pole from a barrel
De ruiter nadert het vat (of een ander vervangend voorwerp) dat de stok (garrocha) bevat in galop en neemt deze stok zonder enige reactie te veroorzaken van het paard.

Jurering:
de manier waarop het paard de hindernis benadert, de reactie bij het wegnemen van de stok (garrocha) en de gemakkelijkheid waarmee de ruiter de stok (garrocha) draagt.
Het paard moet zich voortbewegen in een konstante en ritmische galop, zonder enige reactie bij het wegnemen van de stok (garrocha).
Het vertragen van de galop of de overgang naar een andere gang wordt beboet.
Wanneer het vat omvalt, wordt dit zwaar beboet.

Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten of omverwerpen van het vat
30 voor het overslaan van de hindernis

 

14 - Plaatsen van een stok in een vat/ Replacing a pole into a barrel
De hindernis verloopt hetzelfde zoals beschreven in n°13. Het enige verschil is dat de stok in het vat (of een ander vervangend voorwerp) wordt geplaatst.
Wanner de stok de bodem van het vat raakt en eruit veert, wordt deze oefening beschouwd als geslaagd.
Wanneer het vat omvervalt, wordt dit bestraft.
Wanneer de stok op de grond valt vóór het plaatsen in het vat, mag de ruiter de proef niet voortzetten anders heeft uitsluiting tot gevolg. Wanneer dit gebeurt moet de ruiter afstijgen, de stok oprapen, weer opstijgen en de proef voortzetten.

Jurering:
De manier waarop het paard de hindernis benadert, de reactie bij het bewegen van de stok (garrocha) en de kalmte waarmee de ruiter de stok (garrocha) in het vat plaatst.
Wanneer de stok (garrocha) de bodem van het vat raakt en eruit veert, wordt deze oefening beschouwd als geslaagd.
Wanneer het vat omvervalt, wordt dit bestraft.
Wanneer de stok (garrocha) op de grond valt vóór het plaatsen in het vat, mag de ruiter de proef niet voortzetten anders heeft uitsluiting tot gevolg. Wanneer dit gebeurt moet de ruiter afstijgen, de stok (garrocha) oprapen, weer opstijgen en de proef voortzetten.

Tijdstrafpunten:
30 voor het overslaan van de hindernis

 

15 - Ringsteken/ Collecting of a ring with the pole
Met behulp van een stok (garrocha) een bal laten vallen of een ring over de stok schuiven die zich op een hoogte bevindt.

De oefeningen 13, 14 en 15 kunnen worden beschouwd als één oefening

Jurering:
Het paard bewaart steeds dezelfde vastberaden houding en snelheid
Vertraging wordt beboet.
Wanneer de ruiter de houder of een ander deel van de hindernis raakt met de stok (garrocha) krijgt deze minder punten.

Tijdstrafpunten:
10 bonuspunten als de ruiter de ring om de stok heeft. (of de bal heeft omgeworpen)
30 voor het overslaan van de hindernis

 

16 - Af- en opstijgen van het paard zonder hulp van derden/...
De ruiter stijgt af en haalt 3 meter verder een voorwerp op of ringt een bel. Deze oefening moet aantonen dat het paard stilstaat en zich rustig en kalm houdt tijden het af-en opstijgen van de ruiter. Dit is noodzakelijk voor elk paard tijdens het werk op het veld.

Jurering:
De manier waarop het paard zich rustig en kalm houdt wanneer de ruiter ongeveer 3m verder een voorwerp gaat halen wanneer hij is afgestegen. Hij noteert eveneens de gemakkelijkheid van het af- en opstijgen van de ruiter.

Tijdstrafpunten:
30 voor het overslaan van de hindernis

 

17 - Een beek oversteken/...
Deze oefening is eveneens fundamenteel voor een werkpaard.
Het paard moet het « beekje » op een vastberaden manier, zonder aarzelen, oversteken, erop wijzend dat het paard de gewoonte heeft om in het water te gaan.

Jurering:
Vastbeslotenheid en de zelfverzekerdheid waarmee het paard de hindernis benadert zonder overdreven hulpen alsook enige inzet van de ruiter.

Tijdstrafpunten:
30 voor het overslaan van de hindernis

 

18 - Banquette/Afsprong/...
Hoe het paard deze hindernis benadert (hetzelfde begin als bij de brug) en hoe hij meteen ongeveer 60cm naar beneden springt enkel door vertrouwen te hebben in de hulpen van de ruiter.

Jurering:
Vastbeslotenheid en de zelfverzekerdheid waarmee het paard de hindernis benadert zonder overdreven hulpen alsook enige inzet van de ruiter.
Het evenwicht van ruiter en paard tijdens de daling en landing.

Tijdstrafpunten:
30 voor het overslaan van de hindernis

 

19 - Een beker verplaatsen van het ene paaltje naar het andere paaltje /Moving a glass from the top of one pole to another
Deze hindernis bestaat uit 2 paaltjes van 2m hoog, niet in de grond bevestigd en elk op een afstand van 1,20m.
Het paard moet halthouden op de denkbeeldig lijn die de 2 paaltjes met elkaar verbindt. De ruiter neemt het bekertje met de rechterhand, dat zich bevindt op het linker of op het rechter paaltje en verplaatst het bekertje naar het andere paaltje. Het bekertje mag niet worden verwisseld van hand.
Er kan ook achterwaarts gevraagd worden, recht of in slalom.

Jurering:
De manier waarop het paard zich rustig houdt wanneer het bekertje wordt verwisseld.

Tijdstrafpunten:
10 voor elke aanraking of omstoting van de paaltjes
30 voor het overslaan van de hindernis


C - SPEEDTRAIL

Dit behendigheidsparcours wordt over het gehele of gedeelte van het parcours op stijl gereden, geselecteerd door de parcoursbouwer en/of de jury.
Regels zijn hetzelfde met het verschil dat de hindernissen niet langer beoordeeld worden op stijl maar gerekend in tijd. Eventueel mogen voor dit onderdeel beenbescherming en helm gebruikt worden.

Het klassement wordt opgemaakt uit de volgende onderdelen:
Tijd van startlijn tot finishlijn, opgemeten met chronometer
Tijdstrafpunten voor fouten op de hindernissen, deze worden opgeteld met de gemeten tijd.
Bonusseconden, deze worden afgetrokken van de overige tijd.

Start en finishlijn hoeven niet op dezelfde plaats te liggen

Het niet uitvoeren van een oefening heeft uitsluiting tot gevolg. (* Voor beginners telt: 30 strafseconden per niet uitgevoerde oefening)

Voor de Juniorenklasse telt bovendien: Voor elke keer de teugel met twee handen pakken, komen er 10 strafseconden bij, met een maximaal van drie fouten. Een 4e keer teugels in beide handen nemen betekend uitsluiting.


D - Koeien (facultatief)

Nederland:
Omdat we in de Nederlandse WE (en op sommige Belgische locaties) toch met koeien willen werken (toch dé basis van de Working Equitation eigenlijk...) maar omdat teamverband in de praktijk nog wat moeilijk te realiseren is, hebben we bedacht om deze proef solo te doen. Hiervoor volgen we de regels van de Cattlepenningsport (uit de western) met enkele uitzonderingen:
* Er wordt niet op tijd maar op stijl gereden. Men krijgt hier een minuut voor. Soms kan de organisatie besluiten dat er wel op tijd gereden wordt.
*De jury mag punten geven voor het geheel, ook als de koe niet in de kooi is als de tijd teneinde is, omdat in de nationala fase een goede stijl boven snelheid te prefereren is.
*Bij een snelle strakke proef binnen de tijd, worden voor deze prestatie extra punten toegekend.
* De koeien zijn wel of niet genummerd. De jury kan bepaalde koeien uitsluiten als blijkt dat steeds dezelfde koe wordt gebruikt.
- In tegenstelling met het originele WE cowwork, mag de koe NIET worden aangeraakt. (Eis van de dierenbescherming) Om veiligheidsredenen wordt er zonder stok gereden. Net als in Cattlepenning kan de ruiter gediskwalificeerd worden als de koe te ruw behandeld wordt!

Internationaal:
Op de kampioenschappen wordt in teams van maximaal 4 personen het "Cattle Sorting" getoond. Ieder haalt een koe uit de kudde en brengt deze naar de overzijde, waar een kooi staat. De overige teamleden helpen om de kudde op zijn plaats te houden. Men mag gebruik maken van een stok (carrocha) om de koeien op te drijven. (zie onderstaand foto's...)

Stijlcriteria WE Cattlework (nationaal en internationaal):
* Beoordeeld wordt de proffessionaliteit van de deelnemer, met respect voor de kudde.
1-Kalm de kudde benaderen
2-Afsplitsen en wegdrijven zonder verstoring van de kudde
3-De koe doelmatig en efficient opdrijven, zonder paniekreacties te veroorzaken
4-Het netjes plaatsen van de koe in de kooi
5-Teamwork, als er in teamverband gereden wordt.

*De Cattlework moeilijkheden worden bepaald door:
1-Het formaat van de arena
2-De grootte van de kudde
3-De psychologische staat en leeftijd van de koeien
4-De inrichting van de kooi
5-De toegestane tijd
6-Het al dan niet hebben van verplichte doorgangen
7-Bij eventuele nummering, het selecteren van de juist koe(ien)


Nog te vertalen, maar hier vast het Engelstalig reglement betreffende de reglementen internationaal:

COW TRIAL
The trial consists of a task, comprising four riders from the same team who work together to cut four preselected cows from a herd located in a special containment zone, one at a time in a pre-defined order (one per rider) and herding them into a demarcated zone which is separate from the rest of the herd.
Teams must be registered for this event at least up until to the time of the beginning of the dressage trial.
The registrations for the National Championship will be effected in accordance with the regulations of the referred to championship.
The four team members will perform their tasks individually with each rider cutting one cow. In each trial, the other three members of the team will help to maintain the herd in the containment zone. They may not
overstep the line of the zone demarcating the action of fellow team members.
After the animal has been cut and oversteps over the containment line, one or more riders may help the rider to accompany the animal in the direction of a specially defined location.
Cows will be identified (by colour or numbers), all of which will be different.
The draw in respect of the colour of the animals to be cut will be realised after the animals have been placed inside the containment zone in the presence of the team leaders, as will the order of competition of teams.
The deadline for cutting a cow will be three minutes. After this period has elapsed, competitors will be eliminated and no points awarded.
The event will be timed from when the rider enters the herd containment zone (foreparts of horse). The trial will end as soon as the animal’s foreparts cross the special demarcation line. The line may be replaced by a goalpost comprising e.g. two drums.

1. Riding Arena
The cow trial riding arena will comprise a rectangle with a minimum size of 80 metres x 30 metres which should be flat and free of stones or objects which could endanger the competitors and consequently prejudice the jury’s assessment of them. A sandy surface is strongly recommended. The surface may also be grass or compacted if not too hard or slippery.

2. Classification
All penalties for faults committed during animal cutting and containment activities will be added to the time taken for the event.
The team score will be based on the addition of the total number of points awarded to the three highest placed riders in the same team.
The points will be awarded in accordance with the table set out in Appendix 1.
The winning team will be the team with the highest number of points.

3. Penalties for Faults Committed in Cattle Herding
The penalties, whenever a cow, other than the one being cut, oversteps the containment line are set out in the following table:
No. of Cows in Herd Penalty
1 – 6: 20 seconds
7 – 12: 15 seconds
more than 12: 10 seconds
A penalty of 10 seconds will be applied whenever a helper oversteps the containment line.
Any cow cut from the herd, before its time, must be led back to the containment zone prior to stepping over the containment line.

4. Safety of Riders and Mounts
Under penalty of elimination for mishandling, a rider may not behave in such a manner as to endanger the safety of his mount or the cattle. Cattle prods may only be used if they do not injure the animals. Any signs of injury or traces of blood caused by the rider will lead to the competitor’s elimination.

© Lotje Moerdijk www.workingequitation.nl