De obstakelproef
op stijl moet gezien worden als een dressuurproef met hindernissen.
De hele proef moet een een regelmatig tempo gereden worden,
op de juiste gevraagde lijnen, het paard buigt zich correct
op die lijnen. De juiste galop is belangrijk en daar waar van
hand veranderd wordt, dient een wissel gereden te worden.
Voor elke aarzeling, weigering of poging tot uitbreken worden
standaard 3 punten afgetrokken. Verder worden punten afgetrokken
voor te lang over de hindernis doen (bv door seconden af te tellen)
De punten worden per hindernis gegeven tussen de 10 (perfect)
en de 0 (niet uitgevoerd) punten. Bij een hoger niveau mag meer
perfectie verlangd worden.
De obstakelproef
op tijd wordt niet beoordeeld, sommige fouten worden omgezet
in strafseconden, andere fouten straffen zichzelf in de tijd.
Zie hindernissen.
Voor het niet nemen van een hindernis wordt bij beginners 30
seconden afgetrokken, bij gevorderden volgt "No Time",
oftewel uitsluiting.
De proeven
dienen éénhandig gereden te worden en in galop
(of stap waar nodig). Voor beginners mag hiervoor een uitzondering
gemaakt worden. Draf is dan toegestaan maar met een lichte
puntenaftrek hiervoor.
Voor beginners
worden geen punten afgetrokken bij tweehandig en/of in draf
rijden. Een eenvoudige wissel, mits correct uitgevoerd, verdiend
net zoveel punten als de wissel.
De Jury
neemt de volgende aspecten van het paard in acht :
– Regelmatigheid van de gangen, gemakkelijkheid van de overgangen en het
uitoefenen van de galopwissels (het van hand veranderen)
– Gehoorzaamheid aan de hulpen
– De natuurlijke wijze van het benaderen van de hindernissen of de moeilijkheden
De jury
neemt de volgende aspecten van de ruiter in acht :
– Houding en zit in het zadel
– Nauwkeurigheid van het uitoefenen van een oefening
– Nauwkeurigheid en effect van het gebruik van de hulpen
– Het gebruik op een hand (*facultatief voor beginners)
De toegelaten
gang tussen de verschillende hindernissen is enkel de galop
(*Bij beginners zal de draf toegelaten worden )
Uitsluitingsmotieven:
– Het weigeren om binnen te komen in de piste ná meer dan 1 minuut
na de beltoon
– Het binnenkomen vóór de beltoon
– Het weigeren om de proef aan te vangen ná meer dan 1 minuut na
de beltoon
– Foute omloop zonder verbetering
– Drie weigeringen voor dezelfde hindernis (*Bij beginners niet van toepassing)
– Val van de ruiter
– Het niet groeten van de Jury
– Hindernis niet uitgevoerd (*Bij beginners niet van toepassing)
– Bloedsporen zichtbaar op het paard
– Het weigeren van het paard om zich naar voren te begeven na meer dan
15 sec.
– De rechterhand op de teugels (proef Senior) evenals de rechterhand vóór
of achter de linkerhand langer dan nodig om de teugels te regelen (* facultatief
voor beginners)
– De hals aanraken voor de teugels (Senior) (* facultatief voor beginners)
De deelnemers
hebben de mogelijkheid om van tevoren het parcours te voet
te herkennen.
Bepaalde hindernissen moeten worden begrensd door 2 punten met
behulp van een rood vlaggetje aan de rechter zijde en met een
wit vlaggetje aan de linker zijde.
De hindernissen moeten genummerd zijn.
De startorde
van de behendigheidsproef wordt bepaald door de omgekeerde
volgorde van de rangschikking van de dressuurproef, uitzondering
van een deelnemer die meer dan 1 paard berijdt in de proef.
In dit geval zal het secretariaat de volgorde wijzigen zodat
de 2 proeven van deze ruiter een interval hebben van minstens
4 deelnemers.
Type hindernissen,
beoordeling en Straftijd in seconden:
|
1
- Acht tussen vaten/ 2 barrels
De
hindernis bestaat uit 2 vaten die zich bevinden op een afstand van
2 meter (3 meter ten opzichte van het middelpunt van beide vaten).
Het paard galoppeert tussen de 2 vaten en maakt daarna een cirkel van
ongeveer 3 meter rond het rechter vat. Op het einde van deze cirkel,
wanneer het paard op het tussenliggend punt van de 2 vaten komt, moet
deze van hand veranderen (galopwissel) en draait het paard rond het
linker vat. Op het einde van deze cirkel galoppeert het paard opnieuw
tussen de 2 vaten.
Jurering:
-Nauwkeurigheid van de galopwissel (*facultatief bij beginners),
de doorgang tussen de 2 vaten, de omtrek en de symmetrie
van de cirkels, de actie en reactie van het paard.
-Wanneer
de plaats van de galopwissel niet overeenstemt met het middelpunt
tussen de 2 vaten en wanneer deze wordt uitgevoerd met een lichte
vertraging, zal de jury voor deze fout een «onvoldoende» moeten
toekennen.".
- Wanneer
de ruiter de galopwissel niet uitoefent, zal de jury voor deze
fout een «heel slecht» moeten toekennen".
-Voor de beginners mag de wissel uitgevoerd worden door enkele
passen draf of stap
|
Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten of omverwerpen van de tonnen
30 voor het overslaan van de hindernis |
2 - Houten brug/ Wooden bridge
Deze
hindernis bestaat uit een brug in houten planken die moet worden overgestoken
in stap.
Twee overgangen kunnen eventueel gevraagd worden ( één
in elke richting ).
Jurering:
Regelmatigheid van de stap, de overgangen van het paard en het
vertrouwen dat het paard heeft in de hindernis. Kalmte
in de gang.
|
Tijdstrafpunten:
30 voor het overslaan van de hindernis |
3 - Slalom tussen parallelle paaltjes/ Double slalom
Enkele of dubbele slalom met wissels of overgangen precies
tussen paaltjes.
Jurering:
Regelmatigheid, harmonie, nauwkeurigheid van de bewegingen van
het paard, de hulpen van de ruiter, de nauwkeurigheid,
de manier waarop de galopwissels worden uitgevoerd en het
eventueel omvervallen van één of meerdere
paaltjes.
(Bij beginners zal de draf worden toegelaten maar niet de stap
)
|
Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten van de paaltjes
30 voor het overslaan van de hindernis |
4 - Het springen van strobalen/The jump
De
hindernis bestaat uit 4 strobalen waarop een balk wordt gelegd. Op
de uiteinden kunnen 2 tennisballen gehecht worden.
Het paard moet de hindernis benaderen en erover springen op een natuurlijke
manier en zonder aarzelen.
Jurering:
Actie van het paard, houding en zit van de ruiter, de hulpen
om over de hindernis te springen
Het vallen van een element dat deel uit maakt van deze hindernis
wordt bestraft.
|
Tijdstrafpunten:
10 voor het omgooien van een sprongelement
30 voor het overslaan van de hindernis |
5 - Omheinde ruimte/ Livestock pen
Deze
inspanning is samengesteld door een omheinde ruimte, met een ingang,
waar binnenin een andere omheinde ruimte (een hok) bevindt met dieren
( kippen, ganzen, eenden, biggetjes,....) in.
Het paard moet binnenkomen in deze eerste ruimte en een volledige ronde
maken in een bepaalde zin rond het hok met de dieren.
Wanneer deze inspanning wordt uitgeoefend in draf noteert de Jury strafpunten.
Jurering:
Vertrouwen van het paard, houding en zit van de ruiter en de
gebruikte hulpen voor het benaderen van deze oefening.
|
Tijdstrafpunten:
10 voor het aanraken van een onderdeel van de livestockpen
30 voor het overslaan van de hindernis |
6 - Slalom
tussen paaltjes op één rij/ Single slalom
De
inspanning bestaat uit minstens 4 paaltjes van 2 meter hoog, rechtgehouden
door een externe basis, niet bevestigd in de grond, geplaatst op 6
meter afstand van elkaar en op een rechte lijn.
De richting van de omloop is bepaald op het omloopplan.
De hindernis moet genaderd worden in galop. Bij elke verandering van
richting, wordt een galopwissel gevraagd. De galop ( linker of rechter
) moet overeenstemmen met de richting van de boog uitgeoefend door de
ruiter. (In het begin zal de draf worden toegelaten maar niet de stap
). De eenvoudige galopwissel wordt niet bestraft.
De galopwissel moet uitgeoefend worden op het middelpunt tussen de paaltjes
Jurering:
Regelmatigheid, harmonie, nauwkeurigheid van de bewegingen van
het paard, de hulpen van de ruiter, de nauwkeurigheid, de
manier waarop de galopwissels worden uitgevoerd en het eventueel
omvervallen van één of meerdere paaltjes.
(Bij beginners zal de draf worden toegelaten maar niet de stap
)
|
Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten van de paaltjes
30 voor het overslaan van de hindernis |
7
- Vaten/3 barrels
De
hindernis moet op de volgende wijze worden genomen :
Het paard komt binnen in galop, tussen de vaten langs de zijde aangeduid
op het omloopplan. Hij draait rond het rechtervat ( of het linker, volgens
het omloopplan ) en verplaatst zich in de richting van het volgende vat
en oefent een galopwissel uit op de denkbeeldige lijn die de 2 vaten
verbindt, hij maakt een volledige cirkel rond het tweede vat. Daarna
verplaatst hij zich naar het laatste vat en oefent weer een galopwissel
uit op de denkbeeldige lijn tussen het tweede en het derde vat en maakt
opnieuw een volledige cirkel rond het laatste vat. Hij verlaat de hindernis
langs dezelfde weg als bij het binnenkomen.
Alle voltes moeten volledig zijn, op de rechter- of de linkerhand, volgens
het omloopplan en volgens de uitleg verstrekt tijdens de verkenning van
de piste.
De inspanning
streeft naar het naar voren brengen van de behendigheid en de bekwaamheid
om zich te bewegen in nauwe plaatsen, evenals het behouden van het
impuls en het ritme van de galop.
(Bij beginners
zal de draf worden toegelaten maar niet de stap. De eenvoudige galopwissel
wordt niet beboet.)
Jurering:
Houding van het paard, de hulpen toegebracht door de ruiter, het
ritme, de doorlopendheid van de actie, de soepelheid en de
nauwkeurigheid van de galopwissels.
|
Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten of omverwerpen van de tonnen
30 voor het overslaan van de hindernis |
8 - Poortje/
The gate
Het
poortje moet uit hout of uit hekwerk bestaan en moet sluiten. Er
moet een natuurlijke omheining aan de beide kanten van het poortje
gemaakt worden van minimum 2 meter breed en 1,30 meter hoog.
Volgens
het plan van de omloop moet het poortje links of rechts openen.
De hindernis
moet op de volgende manier genomen worden :
Het paard galoppeert naar de hindernis en nadert deze in stap. Het paard
plaatst zich aan de zijkant van het poortje ( links of rechts volgens
de opening van het poortje ) Met de rechterhand opent de ruiter het poortje.
Zonder het poortje los te laten, begeeft hij zich naar de andere kant
van het poortje.
Wanneer
het paard zich volledig aan de andere kant bevindt, mag het paard
achterwaarts stappen om het poortje te sluiten.
Tijdens
het uitvoeren van deze oefening mag de rechterhand het poortje niet
loslaten.
Er kan een variant
gebruikt worden: Het touw of The rope, waarbij vooral bij de speed
trail het veiligheidsaspect groter is.
Jurering:
Soepel en vastbesloten actie van het paard. Het paard moet aandachtig
zijn en moet deelnemen aan het openen en sluiten van het
poortje, zonder ongehoorzaamheid of onveiligheid. De jury
noteert eveneens de actie van de ruiter die nauwkeurig en
vastbesloten moet zijn. Bodycontrol.
Op geen
enkel ogenblik mag de ruiter het poortje loslaten tijdens
het openen of het sluiten. Voor deze fout moet de jury een
negatieve nota toekennen.
De jury zal eveneens een negatieve nota toekennen bij het aarzelen
van het paard of de ruiter en bij gebrek aan doorlopendheid van
de actie.
|
Tijdstrafpunten:
10 voor loslaten en/of het niet sluiten van de poort
30 voor het omgooien van de poort of delen ervan
30 voor het overslaan van de hindernis |
9 - Belletje
op het einde van een rechte gang/ Bell at the end of the corridor
De
hindernis bestaat uit :
a) - 2 balken van ongeveer 4m lang, rustend op 2 steunen van ongeveer
60cm hoogte en vastgehecht in de grond, op een onderlinge afstand van
1,20m zodat er een gang wordt gevormd.
b) - een belletje geplaatst op het einde van de gang op een hoogte van
ongeveer 2m.
Deze hindernis
moet op de volgende wijze worden genomen :
Het paard benadert de hindernis in stap, hij stapt de gang in tot op
het einde. De ruiter laat het belletje rinkelen. Het paard verlaat de
gang achterwaarts totdat de voorbenen uit de gang zijn
Jurering:
Houding en het recht stappen van het paard, de hulpen van de ruiter,
de snelheid, de soepelheid, de doorlopendheid. Negatieve
beoordeling als er balken aangestoten of omvergeworpen worden.
|
Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten of omverwerpen van de balken (per balk)
20 voor het geheel uit de gang komen
20 voor het niet laten rinkelen van de bel
30 voor het overslaan van de hindernis |
10 -
Kruik/ The jug
Deze
hindernis bestaat uit een tafel van ongeveer 1m hoog met een vierkant
blad van 1,5m waarop een kruik met water wordt geplaatst.
De hindernis
wordt op de volgende manier genomen :
De ruiter moet de tafel benaderen, de kruik nemen en drinken of de kruik
boven het hoofd tillen en daarna de kruik terug op de tafel zetten.
De kruik
mag worden vervangen door een fles vol met water of met zand.
Jurering:
De manier waarop het paard de tafel benadert en halthoudt naast
de tafel zonder verzet of angst en in vertrouwen met de hulpen
van de ruiter. De kruik moet met gestrekte arm in de lucht
gebracht worden en recht op de tafel teruggezet worden. Het
paard mag de tafel niet raken anders wordt dit beboet.
|
Tijdstrafpunten:
10 voor het niet hoog genoeg optillen
10 voor het niet recht neerzetten van de kruik
30 voor het omver gooien van de tafel
30 voor het overslaan van de hindernis |
11 -
Achterwaarts in « L » of rondom verschillende paaltjes
of hindernissen/ The "L" Rein back or rein back around
several posts
Deze
hindernis kan zich voordoen op 2 manieren:
a) Een
gang in « L »vorm met 2 segmenten van 4 m elk op een
breedte van 1,5m. De laterale afbakening van deze hindernis wordt
verzekerd door een omheining identiek aan de afsluiting van de dressuurpiste,
met tennisballen op de uiteinden.
Het paard komt binnen in de gang in stap of galop en, op het einde van
de gang, rinkelt de ruiter de bel. Hij verlaat de gang achterwaarts en
beschrijft de « L »vorm en volgt hetzelfde traject.
Een variant kan zich voordoen op het einde van de gang : wanneer de ruiter
binnenkomt in de gang in « L » vorm, kan er op het einde
van de gang, aan de rechterzijde, een paaltje staan van ongeveer 1,60m
hoog met een glas erop. De ruiter neemt het glas en verlaat de gang in « L »vorm
achterwaarts zoals hierboven beschreven. Bij het buitenkomen van de gang
bevindt er zich een ander paaltje eveneens aan de rechterzijde en plaats
hierop het glas.
b) - Meerdere
paaltjes op een minimum afstand van 2,5m. Het paard moet achterwaarts
tussen de paaltjes slalommen.
Jurering:
Houding en het recht stappen van het paard, de hulpen van de ruiter,
de snelheid, de soepelheid, de doorlopendheid. Negatieve
beoordeling als er balken aangestoten of omvergeworpen worden.
|
Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten of omverwerpen van de balken (per balk)
20 voor het geheel uit de gang komen
20 voor het niet laten rinkelen van de bel
30 voor het overslaan van de hindernis |
12 - Zijwaarts
stappen over een boomstam/ Side pass along a pole
Deze
hindernis bestaat uit een boomstam (of balk) van 4m geplaatst op 5cm
van de grond.
Het paard
nadert de hindernis (langs de linker- of de rechterkant volgens het
omloopplan) en plaatst zich loodrecht ten opzichte van de boomstam.
Daarna beweegt het paard zich zijdelings, de boomstam tussen de voor-
en de achterbenen latend.
De boomstam mag niet geraakt worden.
Kan ook
uitgeoefend worden met 3 balken van 2,5m geplaatst in een « L » of « Z »vorm.
Jurering:
Het correct zijwaarts gaan van het paard, op hulpen van de ruiter.
Evenveel ruimte tussen voorbenen en stam, stam en achterbenen.
De rust en regelmaat waarmee de hindernis genomen wordt.
De boomstam/balk mag niet worden aangeraakt. Hiervoor stijlpunten
aftrek.
|
Tijdstrafpunten:
10 voor elke aanraking van de boomstam/balk
30 voor het overslaan van de hindernis |
13 - Wegnemen
van een stok uit een vat/ Removing a pole from a barrel
De ruiter nadert het vat (of een ander vervangend voorwerp)
dat de stok (garrocha) bevat in galop en neemt deze stok zonder enige
reactie te veroorzaken van het paard.
Jurering:
de manier waarop het paard de hindernis benadert, de reactie bij
het wegnemen van de stok (garrocha) en de gemakkelijkheid
waarmee de ruiter de stok (garrocha) draagt.
Het paard moet zich voortbewegen in een konstante en ritmische
galop, zonder enige reactie bij het wegnemen van de stok (garrocha).
Het
vertragen van de galop of de overgang naar een andere gang wordt
beboet.
Wanneer het vat omvalt, wordt dit zwaar beboet.
|
Tijdstrafpunten:
10 voor het aanstoten of omverwerpen van het vat
30 voor het overslaan van de hindernis |
14 - Plaatsen
van een stok in een vat/ Replacing a pole into a barrel
De
hindernis verloopt hetzelfde zoals beschreven in n°13. Het enige
verschil is dat de stok in het vat (of een ander vervangend voorwerp)
wordt geplaatst.
Wanner de
stok de bodem van het vat raakt en eruit veert, wordt deze oefening
beschouwd als geslaagd.
Wanneer het vat omvervalt, wordt dit bestraft.
Wanneer de stok op de grond valt vóór het plaatsen in het
vat, mag de ruiter de proef niet voortzetten anders heeft uitsluiting
tot gevolg. Wanneer dit gebeurt moet de ruiter afstijgen, de stok oprapen,
weer opstijgen en de proef voortzetten.
Jurering:
De manier waarop het paard de hindernis benadert, de reactie bij
het bewegen van de stok (garrocha) en de kalmte waarmee de
ruiter de stok (garrocha) in het vat plaatst.
Wanneer
de stok (garrocha) de bodem van het vat raakt en eruit veert,
wordt deze oefening beschouwd als geslaagd.
Wanneer het vat omvervalt, wordt dit bestraft.
Wanneer de stok (garrocha) op de grond valt vóór
het plaatsen in het vat, mag de ruiter de proef niet voortzetten
anders heeft uitsluiting tot gevolg. Wanneer dit gebeurt moet de
ruiter afstijgen, de stok (garrocha) oprapen, weer opstijgen en
de proef voortzetten.
|
Tijdstrafpunten:
30 voor het overslaan van de hindernis |
15 - Ringsteken/
Collecting of a ring with the pole
Met
behulp van een stok (garrocha) een bal laten vallen of een ring over
de stok schuiven die zich op een hoogte bevindt.
De oefeningen
13, 14 en 15 kunnen worden beschouwd als één oefening
Jurering:
Het paard bewaart steeds dezelfde vastberaden houding en snelheid Vertraging
wordt beboet.
Wanneer de ruiter de houder of een ander deel van de hindernis
raakt met de stok (garrocha) krijgt deze minder punten.
|
Tijdstrafpunten:
10 bonuspunten als de ruiter de ring om de stok heeft. (of de bal
heeft omgeworpen)
30 voor het overslaan van de hindernis |
16 - Af-
en opstijgen van het paard zonder hulp van derden/...
De
ruiter stijgt af en haalt 3 meter verder een voorwerp op of ringt een
bel. Deze oefening moet aantonen dat het paard stilstaat en zich rustig
en kalm houdt tijden het af-en opstijgen van de ruiter. Dit is noodzakelijk
voor elk paard tijdens het werk op het veld.
Jurering:
De manier waarop het paard zich rustig en kalm houdt wanneer de
ruiter ongeveer 3m verder een voorwerp gaat halen wanneer
hij is afgestegen. Hij noteert eveneens de gemakkelijkheid
van het af- en opstijgen van de ruiter.
|
Tijdstrafpunten:
30 voor het overslaan van de hindernis |
17 - Een
beek oversteken/...
Deze
oefening is eveneens fundamenteel voor een werkpaard.
Het paard moet het « beekje » op een vastberaden manier,
zonder aarzelen, oversteken, erop wijzend dat het paard de gewoonte heeft
om in het water te gaan.
Jurering:
Vastbeslotenheid en de zelfverzekerdheid waarmee het paard de hindernis
benadert zonder overdreven hulpen alsook enige inzet van
de ruiter.
|
Tijdstrafpunten:
30 voor het overslaan van de hindernis |
18 - Banquette/Afsprong/...
Hoe het paard deze hindernis benadert (hetzelfde begin als bij de brug)
en hoe hij meteen ongeveer 60cm naar beneden springt enkel door vertrouwen
te hebben in de hulpen van de ruiter.
Jurering:
Vastbeslotenheid en de zelfverzekerdheid waarmee het paard de hindernis
benadert zonder overdreven hulpen alsook enige inzet van
de ruiter.
Het evenwicht van ruiter en paard tijdens de daling en landing.
|
Tijdstrafpunten:
30 voor het overslaan van de hindernis |
19 - Een
beker verplaatsen van het ene paaltje naar het andere paaltje /Moving
a glass from the top of one pole to another
Deze
hindernis bestaat uit 2 paaltjes van 2m hoog, niet in de grond bevestigd
en elk op een afstand van 1,20m.
Het paard moet halthouden op de denkbeeldig lijn die de 2 paaltjes met
elkaar verbindt. De ruiter neemt het bekertje met de rechterhand, dat
zich bevindt op het linker of op het rechter paaltje en verplaatst het
bekertje naar het andere paaltje. Het bekertje mag niet worden verwisseld
van hand.
Er kan ook achterwaarts gevraagd worden, recht of in slalom.
Jurering:
De manier waarop het paard zich rustig houdt wanneer het bekertje
wordt verwisseld.
|
Tijdstrafpunten:
10 voor elke aanraking of omstoting van de paaltjes
30 voor het overslaan van de hindernis |
C - SPEEDTRAIL
Dit
behendigheidsparcours wordt over het gehele of gedeelte van het parcours
op stijl gereden, geselecteerd door de parcoursbouwer
en/of de jury.
Regels zijn hetzelfde met het verschil dat de hindernissen niet langer
beoordeeld worden op stijl maar gerekend in tijd.
Eventueel mogen voor dit onderdeel beenbescherming en helm gebruikt worden.
Het klassement wordt opgemaakt uit de volgende onderdelen:
Tijd van startlijn tot finishlijn, opgemeten met chronometer
Tijdstrafpunten voor fouten op de hindernissen, deze worden opgeteld
met de gemeten tijd.
Bonusseconden, deze worden afgetrokken van de overige tijd.
Start en finishlijn hoeven niet op dezelfde plaats te
liggen
Het niet uitvoeren van een oefening heeft uitsluiting tot gevolg. (*
Voor beginners telt: 30 strafseconden per niet uitgevoerde oefening)
Voor
de Juniorenklasse telt bovendien: Voor elke keer de teugel met twee
handen pakken, komen er 10 strafseconden bij, met
een maximaal van drie fouten. Een 4e keer teugels in beide handen nemen
betekend uitsluiting.
D
- Koeien (facultatief)
Nederland:
Omdat we in de Nederlandse WE (en op sommige Belgische locaties)
toch met
koeien willen werken (toch dé basis van de
Working Equitation eigenlijk...) maar omdat teamverband in de praktijk
nog wat moeilijk te realiseren is, hebben we bedacht om deze proef
solo te doen. Hiervoor volgen we de regels van de Cattlepenningsport
(uit de western) met enkele uitzonderingen:
* Er wordt niet op tijd maar op stijl gereden. Men krijgt hier een
minuut voor. Soms kan de organisatie besluiten dat er wel op tijd gereden
wordt.
*De jury mag punten geven voor het geheel, ook als de koe niet in de
kooi is als de tijd teneinde is, omdat in de nationala fase een goede
stijl boven snelheid te prefereren is.
*Bij een snelle strakke proef binnen de tijd, worden voor deze prestatie
extra punten toegekend.
* De koeien zijn wel of niet genummerd. De jury kan bepaalde koeien
uitsluiten als blijkt dat steeds dezelfde koe wordt gebruikt.
- In tegenstelling met het originele WE cowwork, mag de koe NIET worden
aangeraakt. (Eis van de dierenbescherming) Om veiligheidsredenen wordt
er zonder stok gereden. Net als in Cattlepenning kan de ruiter gediskwalificeerd
worden als de koe te ruw behandeld wordt!
Internationaal:
Op de kampioenschappen wordt in teams van maximaal 4 personen het "Cattle
Sorting" getoond.
Ieder haalt een koe uit de kudde en brengt deze naar de overzijde,
waar een kooi
staat. De overige teamleden helpen om de kudde op zijn plaats te houden.
Men mag gebruik maken van een stok (carrocha) om de koeien op te drijven.
(zie onderstaand foto's...)
Stijlcriteria WE Cattlework (nationaal en internationaal):
* Beoordeeld wordt de proffessionaliteit van de deelnemer, met respect
voor de kudde.
1-Kalm de kudde benaderen
2-Afsplitsen en wegdrijven zonder verstoring van de kudde
3-De koe doelmatig en efficient opdrijven, zonder paniekreacties te
veroorzaken
4-Het netjes plaatsen van de koe in de kooi
5-Teamwork, als er in teamverband gereden wordt.
*De Cattlework moeilijkheden worden bepaald door:
1-Het formaat van de arena
2-De grootte van de kudde
3-De psychologische staat en leeftijd van de koeien
4-De inrichting van de kooi
5-De toegestane tijd
6-Het al dan niet hebben van verplichte doorgangen
7-Bij eventuele nummering, het selecteren van de juist koe(ien)
Nog te vertalen, maar hier vast het Engelstalig reglement betreffende
de reglementen internationaal:
COW TRIAL
The trial consists of a task, comprising four riders from the same
team who work together to cut four preselected cows from a herd located
in a special containment zone, one at a time in a pre-defined order
(one per rider) and herding them into a demarcated zone which is
separate from the rest of the herd.
Teams must be registered for this event at least up until to the time
of the beginning of the dressage trial.
The registrations for the National Championship will be effected in
accordance with the regulations of the referred to championship.
The four team members will perform their tasks individually with each
rider cutting one cow. In each trial, the other three members of the
team will help to maintain the herd in the containment zone. They may
not
overstep the line of the zone demarcating the action of fellow team
members.
After the animal has been cut and oversteps over the containment line,
one or more riders may help the rider to accompany the animal in the
direction of a specially defined location.
Cows will be identified (by colour or numbers), all of which will be
different.
The draw in respect of the colour of the animals to be cut will be
realised after the animals have been placed inside the containment
zone in the presence of the team leaders, as will the order of competition
of teams.
The deadline for cutting a cow will be three minutes. After this period
has elapsed, competitors will be eliminated and no points awarded.
The event will be timed from when the rider enters the herd containment
zone (foreparts of horse). The trial will end as soon as the animal’s
foreparts cross the special demarcation line. The line may be replaced
by a goalpost comprising e.g. two drums.
1. Riding Arena
The cow trial riding arena will comprise a rectangle with a minimum
size of 80 metres x 30 metres which should be flat and free of stones
or objects which could endanger the competitors and consequently
prejudice the jury’s assessment of them. A sandy surface is
strongly recommended. The surface may also be grass or compacted
if not too hard or slippery.
2. Classification
All penalties for faults committed during animal cutting and containment
activities will be added to the time taken for the event.
The team score will be based on the addition of the total number of
points awarded to the three highest placed riders in the same team.
The points will be awarded in accordance with the table set out in
Appendix 1.
The winning team will be the team with the highest number of points.
3. Penalties for Faults Committed in Cattle Herding
The penalties, whenever a cow, other than the one being cut, oversteps
the containment line are set out in the following table:
No. of Cows in Herd Penalty
1 – 6: 20 seconds
7 – 12: 15 seconds
more than 12: 10 seconds
A penalty of 10 seconds will be applied whenever a helper oversteps
the containment line.
Any cow cut from the herd, before its time, must be led back to the
containment zone prior to stepping over the containment line.
4. Safety of Riders and Mounts
Under penalty of elimination for mishandling, a rider may not behave
in such a manner as to endanger the safety of his mount or the cattle.
Cattle prods may only be used if they do not injure the animals.
Any signs of injury or traces of blood caused by the rider will lead
to the competitor’s elimination.
© Lotje
Moerdijk www.workingequitation.nl
|